
om samen te zingen
![]()
Klein, klein kleutertje
![]()
Klein, klein kleutertje,
wat doe je in mijn hof, je plukt er al de bloempjes af,
je maakt het veel te grof.
Ach mijn lieve mamaatje,
zeg het niet tegen papaatje,
ik zal zoet naar school toe gaan,
en de bloemetjes laten staan.
![]()
Slaap kindje, slaap

Slaap kindje, slaap.
Daar buiten loopt een schaap,
een schaap met witte voetjes,
dat drinkt zijn melk zo zoetjes.
Schaapje met zijn witte wol,
kindje drinkt zijn buikje vol.
![]()
In het bos daar staat een huisje

In het bos daar staat een huisje,
'k keek eens door het vensterraam
kwam een haasje aangelopen,
' t klopte even aan.
Help mij, help mij uit de nood,
want de jager schiet me dood.
Laat mij in uw huisje klein,
'k zal u dankbaar zijn !
![]()
Al wie daar zegt, de reus die komt

1. Al wie daar zegt: "De reus die komt,
de reus die komt !" ze liegen er om.
2. "Sa moeder, zet de pot op 't vier,
de pot op 't vier, de reus is hier."
3. "Sa moeder, snij een boterham,
een boterham, de reus is gram."
4. "Sa moeder, tap van 't beste bier,
van 't beste bier, de reus is hier."
5. "Sa moeder, stop nu maar het vat,
nu maar het vat, de reus is zat."
1-5 Ke-re-weer-om, reuske, reuske,
ke-re-weer-om, reuzegom !
![]()
In een klein stationnetje
![]()
In een klein stationnetje,
's morgens in de vroegte,
stonden zeven wagentjes, netjes op een rij
en het machienistje
draaide aan het wieletje,
hakke hakke tuut tuut,
weg zijn wij !
![]()
Eén, twee, drie, vier, 'n hoedje van papier

Eén, twee, drie, vier,
'n hoedje van, 'n hoedje van,
één, twee, drie, vier, 'n hoedje van papier.
En als dat hoedje dan niet past,
dan zetten we 't in de glazen kast.
Eén, twee, drie, vier, 'n hoedje van papier.
![]()
Handjes draaien


Handjes draaien, koekebakkevlaaien,
handjes draaien, koekebakkevis !
Je kunt het niet geloven,
hoe lekker dat dat is !
Je kunt het niet geloven,
hoe lekker dat dat is !
Stokvis !
![]()
Onder moeders paraplu

Onder moeders paraplu
liepen eens twee kindjes,
Anneke en Janneke waren beste vriendjes.
En de klompjes gingen van klik klak klik,
en de regen deed van tik tak tik,
op moeders paraplu,
op moeders paraplu,
plu, op moeders paraplu.
![]()
'k Zag twee beren

'k Zag twee beren broodjes smeren,
o, dat was een wonder.
't Was een wonder, boven wonder,
dat die beren smeren konden.
Hi, hi, hi ! Ha, ha, ha !
'k Stond erbij en ik keek ernaar.
![]()
Twee emmertjes water halen

Twee emmertjes water halen,
twee emmertjes pompen,
meisjes op de klompen,
meisjes op d'r houten been,
rij maar door het poortje heen !
Van je ras ras ras rijdt de koning door de plas,
van je voort voort voort
rijdt de koning door de poort,
van je erk erk erk rijdt de koning door de kerk,
van je één, twee, drie.
![]()
Heb je al gehoord van de zevensprong?

Heb je al gehoord van de zeven, de zeven,
heb je al gehoord van de zevensprong?
Ze zeggen, dat ik niet dansen an !
Ik kan dansen gelijk een edelman.
Dat is één !
Dat is twee !
Dat is drie !
Dat is vier !
Dat is vijf !
Dat is zes !
Dat is zeven !
Heb je al gehoord van de zeven, de zeven,
heb je al gehoord van de zevensprong?
![]()
Bim bam beieren

Bim bam beieren,
de klokken leggen eieren.
Bim bam beieren,
de koster lust geen eieren.
Wat lust hij dan?
Spek in de pan !
Dat er de koster niet krijgen kan.
![]()
Sinterklaas kapoentje

Sinterklaas kapoentje,
leg wat in mijn schoentje,
leg wat in mijn laarsje,
dank je Sinterklaasje !
![]()
Zie ginds komt de stoomboot

Zie ginds komt de stoomboot
uit Spanje weer aan.
Hij brengt ons Sint Nikolaas,
ik zie hem al staan.
Hoe huppelt zijn paardje
het dek op en neer.
Hoe waaien de wimpels
al en heen en al weer.
![]()
Schipper mag ik overvaren?

Schipper mag ik overvaren,
ja of neen?
Moet ik dan een cent betalen,
ja of neen?
![]()
Het regent

Het regent, het regent,
de paadjes worden nat.
Daar kwamen twee boerinnetjes aan,
die vielen in het nat.
![]()
Altijd is Kortjakje ziek

Altijd is Kortjakje ziek:
midden in de week en 's zondags niet !
's Zondags gaat zij naar de kerk
met een boek vol zilverwerk.
Altijd is Kortjakje ziek:
midden in de week en 's zondags niet !
![]()
Drie Koningen

Drie Koningen, drie Koningen,
geef mij een nieuwen hoed !
Mijn oude is versleten,
mijn moeder mag 't niet weten.
Mijn vader heeft het geld
op de rooster geteld.
Drie Koningen, drie Koningen,
geef mij een nieuwen hoed !
![]()
Ikkeltje, Kramikkeltje

Ikkeltje, Kramikkeltje kwam aangelopen.
Ikkeltje, Kramikkeltje kwam aangegaan.
Daar kwamen zeven vossen, sluwe vossen.
Daar kwamen zeven vossen
al voor mijn huisje staan.
't Is gedaan.
Daar kwamen zeven beren, bruine beren.
Daar kwamen zeven beren
al voor mijn huisje staan.
't Is gedaan.
![]()
Twee handjes op de tafel

1. Twee handjes op de tafel,
twee handjes in de zij.
2. Nu maken we stevig vuistjes
zo stevig als 't maar kan.
3. De duimpjes zijn de dikste,
de pinkjes zijn maar klein.
Twee handjes op de schoudertjes
op 't hoofdje allebei.
Daar gaan we nu mee trommelen
van je rommel de bommel de bom.
Nu moeten alle handjes
weer vlug op 't rugje zijn.
![]()
Moriaantje

Moriaantje zo zwart als roet,
ging eens wandelen zonder hoed.
En de zon scheen op zijn bolletje,
daarom droeg hij een parasolletje.
![]()
Alle eendjes zwemmen in het water

Alle eendjes zwemmen in het water,
falderalderiere, falderaldeliere,
alle eendjes zwen in het water
fal- fal- falderaldera.
![]()
Parapluutje

Parapluutje, parasolletje,
eentje voor de regen
en eentje voor de zon,
pardon !
![]()
Happy birthday

Happy birthday to you,
happy birthday to you.
Happy birthday dear ...
happy birthday to you.
![]()
Klappen in de handjes

Klappen in de handjes
dij, dij, dij,
boeze boeze bolletje,
zo doen wij.
![]()
Oh, wat zijn we heden blij

Oh, wat zijn we heden blij,
... is jarig, ... is jarig ;
Oh, wat zijn we heden blij,
... is jarig
en dat vieren wij !
![]()
Daar kwam een boer

Daar kwam een boer uit Zwitserland.
Kadee Kadollekekeda,
die had een ezel aan zijn hand,
Laberdi, laberda, laberdonia,
die had een ezel aan zijn hand,
Cecilia !
![]()